Ik sta in de toiletruimte van de bibliotheek. Er zijn twee toiletten, beiden op slot. Ik ben de enige wachtende. Er komt een jonge kerel binnen. Hij zegt, niet zonder enige emotie: ” ’t is hier ook altijd hetzelfde hé.” Hij lijkt nog te wachten op een reactie, maar als die niet komt, verlaat hij de ruimte.

Ik kijk om me heen. Vier grijze muren, twee grijze deuren met twee grijze sloten en ik. Dat was inderdaad hetzelfde als toen ik de vorige keer het toilet bezocht in de bib. En als de keer ervoor en ervoor en ervoor. Ik vond dat niet raar en zelfs niet bijzonder; het leek me heel logisch.

Wat bedoelde de binnenstormer dan met ” ’t is hier ook altijd hetzelfde hé”?

Controleerde hij de toiletten op alle verdiepingen om een variatie op het grijs te ontdekken? Loopt hij steeds opnieuw een wachtende vrouw tegen het lijf als hij in alle rust een grote boodschap wil doen op een uniseks toilet? Misschien was hij gewoon op zoek naar een piscine en vond hij de afgebakende ruimtes een spijtige overwinning van het feminisme?

Welke reden de jongeling ook had om zo enorm teleurgesteld
” ’t is hier ook altijd hetzelfde hé” te zeggen, ik hoop dat hij tijdig aan zijn behoeftes heeft kunnen voldoen.